Charlotte (24): ‘Mijn chemobrein had één voordeel: ik kon drie keer in dezelfde achtbaan’
Toen hoofdredacteur Charlotte op haar 22e de diagnose lymfeklierkanker kreeg, stond haar bruisende leven als twintiger abrupt stil. Inmiddels is ze 24, in volledige remissie en bouwt ze de boel weer op. Maar hoe date, droom en maak je keuzes als je haar uitvalt, je vriendinnen op festivals staan en jouw maandelijkse hotspot de oncologie-afdeling is? Gewapend met een gezonde dosis optimisme, humor en de nodige zelfspot neemt ze je mee terug naar deze bizarre, 'bitterzoete' periode.
Achtbanen? Mij wel bellen
Vroeger kende ik nul angst. Achtbanen die over de kop gaan, ondersteboven hangen of met de snelheid van het geluid gelanceerd worden? Sign me up. Maar sinds de ziekte ben ik veranderd in een voorzichtige oma die argwanend naar kermisattracties staart. Want tja, je weet immers nooit hoe goed al die bouten daarboven vastzitten. Toch weer zoiets gezelligs dat ik aan kanker heb overgehouden…
En toch zit ik hier, in de Thalys richting Disneyland Parijs. Ik mag erheen voor werk en samen met mijn beste vriendin zoef ik met driehonderd kilometer per uur richting de magische wereld van Mickey Mouse. Is het misschien een tikkeltje te snel na het afronden van mijn laatste superjuice-kuur – oftewel chemo? Waarschijnlijk wel. Maar ik ben een hardcore Disney-fan, dus off we go.
Terwijl het Franse landschap aan ons voorbijtrekt, check ik in de weerspiegeling van het treinraam of de boel nog goed zit. Ik draag vandaag namelijk mijn pruik; mijn eigen, korte coupe kan – of durf – ik nog niet te rocken. Maar mijn meest aanwezige reisgenoot deze dagen? Dat is zonder twijfel mijn beruchte chemobrein.

Chemobrein als souvenirtje van kanker
Met verloop van tijd wordt het beter, hoor. Al staan er op dit moment nog steeds vijftig ongeopende WhatsApp-chats, tweeduizend ongelezen e-mails en vijf gemiste oproepen op me te wachten omdat mijn hoofd de prikkels simpelweg niet filtert. Elke dag merk ik dat ik weer iets meer onthoud en een klein stukje van mijn oude intelligentie terugkrijg, maar in die trein naar Parijs was de harde schijf nog behoorlijk gecrasht. Ik was allang blij dat ik in ieder geval mijn paspoort bij me had en mijn koffer niet op het perron in Amsterdam had laten staan.
Eenmaal in het park bleek die mist in mijn hoofd onverwacht de ultieme Disney-hack. ‘Zijn we hier vandaag niet al eens in geweest?’ vraagt mijn beste vriendin lachend als we voor de zoveelste keer in de rij staan bij Hyperspace Mountain. Ik kijk om me heen… Het komt me inderdaad héél vaag bekend voor. ‘Nee joh’, zeg ik vol zelfvertrouwen. ‘Deze heeft toch een heel andere wachtrij?’ Ze schudt haar hoofd en begint te lachen.

Een goudvis in Disneyland
Chemo doet rare dingen met je geheugen. Het is alsof iemand stiekem de helft van de bestanden op je harde schijf heeft gewist. Normaal gesproken is dat doodvermoeiend, maar in Disneyland bleek het mijn grootste superkracht. Terwijl de gemiddelde mens na één ritje in een bloedsnelle attractie de lay-out wel kent, beleefde ik telkens weer de vuurdoop.
Zodra de beugel over mijn schoot klikte (en ik met één hand mijn pruik stevig vasthield tegen de g-krachten), voelde het alsof ik er voor het allereerst in zat. De spanning in mijn buik bij de eerste grote drop? Gloednieuw. De shock van de bocht naar links in het pikkedonker van Hyperspace Mountain? Volledig onverwacht. Ik was een goudvis in een pretpark. En dat is fantastisch voor je return on investment op zo’n duur Disney-ticket.
Met één hand hield ik mijn pruik vast
Terwijl we langzaam naar de top van de attractie takelden, hield ik mijn hart vast voor de loszittende bouten, maar zodra de lancering begon gierde de adrenaline door mijn lijf. Voor heel even voelde ik de spanning van een ritje in plaats van de spanning van een ziekenhuisbezoek.
Twee jaar later, is de mist in mijn hoofd gelukkig grotendeels opgetrokken. Toch wil ik via deze weg nog steeds even officieel sorry zeggen tegen iedereen van wie ik de berichtjes per ongeluk nog steeds niet heb geopend (of ben vergeten te reageren). Mijn geheugen doet het semi weer (al gebruik ik het ‘chemobrein’-exuus nog steeds weleens als ik de vaatwasser ben vergeten uit te ruimen). Destijds was ik doodsbang dat de chemo mijn scherpe hersens permanent had beschadigd. Maar als ik nu terugkijk op die magische dagen in Parijs, kan ik er alleen maar hard om lachen.
Lees ook: ‘De eerste dag dat ik zonder pruik de straat op ging, riep iemand: wat heb je met je haar gedaan?!’