Direct naar content
CARRIÈRE

Goed nieuws: déze DNA-test kan daders van seksueel geweld tot wel vijf dagen later identificeren

jurre-keijzer 3 min. leestijd
Buisjes onderzoek.
Afbeelding: Pexels | Tara Winstead

Onderzoekers van KU Leuven en UZ Leuven hebben een nieuwe DNA-techniek ontwikkeld waarmee ze daders van seksueel geweld beter kunnen identificeren, zelfs wanneer er maar weinig biologisch bewijsmateriaal overblijft. De test heet SpermFACS en is volgens UZ Leuven een internationale primeur. De methode is bedoeld voor situaties waarin standaardtechnieken tekortschieten, bijvoorbeeld wanneer slachtoffers pas na enkele dagen aangifte doen. Dat is een enorme doorbraak, want bij zedenzaken draait het nog te vaak om twijfel, tijd en gebrek aan spoor. Voor slachtoffers kan dat het verschil betekenen tussen een dossier dat vastloopt en een zaak die er wél komt.

Hoe werkt SpermFACS?

De nieuwe methode om daders te identificeren, combineert bestaande technieken met fluorescence-activated cell sorting. In de praktijk lichten de spermacellen op met behulp van een speciale vloeistof, waarna een uiterst nauwkeurige sorteermachine die cellen één voor één uit het mengstaal vist. Daardoor raakt het DNA van de dader veel zuiverder gescheiden van het DNA van het slachtoffer van seksueel geweld en is deze makkelijker te identificeren.

Volgens de publicatie in Analytical Chemistry is SpermFACS vijf tot zeven keer gevoeliger dan de huidige standaardmethodes. De techniek kon bruikbaar mannelijk DNA terugvinden in stalen met een verhouding tot 1 op 7500 en werkte tot 120 uur na het seksueel contact. Klassieke methoden lopen volgens UZ Leuven vaak al na ongeveer 48 uur vast.

Het belang van slachtoffers

Zedenmagistraat Myriam Claeys stelt dat verkrachtingszaken nog al te vaak neerkomen op woord tegen woord, en dat betere DNA-opsporing de kans op een veroordeling vergroot. Die gedachte sluit aan bij wat veel hulporganisaties al langer benadrukken: slachtoffers melden zich vaak niet meteen, door schaamte, angst of shock. UZ Leuven zegt expliciet dat juist die vertraging ervoor zorgt dat standaardonderzoek vaak te weinig oplevert. Dat maakt deze ontwikkeling meer dan een technische innovatie. Het is een antwoord op een structureel probleem in de bewijsvoering bij seksueel geweld.

▼ scroll verder ▼

Ook bij complexe zaken kan de test helpen

De Leuvense onderzoekers zien SpermFACS niet alleen als oplossing voor laattijdige aangiftes, maar ook voor ingewikkelde dossiers met weinig spermacellen of meerdere mogelijke daders tijdens seksueel geweld, bijvoorbeeld bij groepsverkrachting. Juist daar kan betere zuivering van het spoor de forensische interpretatie betrouwbaarder maken. De methode is bovendien niet gepatenteerd, zodat laboratoria wereldwijd ermee aan de slag kunnen. Dat is een sterke keuze. Als een techniek echt verschil kan maken voor slachtoffers, dan wil je niet dat toegang daartoe vastloopt op een patentmuur.

De volgende stap

Het team werkt al aan een vervolgproject. Samen met de biosensorgroep van KU Leuven willen de onderzoekers de techniek miniaturiseren op een microchip, zodat analyses sneller en mogelijk ter plekke kunnen gebeuren. Ook kijken ze naar toepassingen voor contactsporen op kleding of voorwerpen. De ambitie reikt zelfs verder: de technologie zou in de toekomst ook bruikbaar kunnen zijn in conflictgebieden waar verkrachting als oorlogswapen wordt ingezet.

Daders van verkrachting identificeren

Kortom, deze Leuvense test maakt daders van seksueel geweld identificeren concreter, sneller en nauwkeuriger dan voorheen. De techniek kan vooral het verschil maken in zaken waarin bewijs schaars is en tijd tegen slachtoffers werkt. Dat maakt dit niet alleen een wetenschappelijke primeur, maar ook een stap richting meer rechtvaardigheid.

Voor wie slachtoffer is of iemand kent die hulp nodig heeft, is er in Nederland en België het Centrum Seksueel Geweld, dat 24/7 bereikbaar is en hulp biedt, ongeacht wanneer het gebeurde.

Lees ook: Geen beste ontwikkeling: jonge mannen vaker tolerant over geweld tegen vrouwen

Bron: De standaard, UZ Leuven