Direct naar content
COLUMNS

Ella: “Ik verhuisde van een klein Brabants dorpje naar de grote stad”

Ella van der Haagen
Ella van der Haagen 3 min. leestijd
Ella.
Afbeelding: Eigen beeld

'Jeetje, dit is wel een beetje grimmig.' Het is mijn eerste gedachte wanneer ik mijn nieuwe flat in Haarlem inloop. Ik stap de ouderwetse lift in en voordat ik het weet, sta ik voor het eerst in mijn toekomstige kamer. Ik kijk naar de ruimte van acht vierkante meter en mijn gedachten gaan alle kanten op: 'Wat is het klein! Eigenlijk best wel knus. Dit is echt héél anders dan ik gewend ben. Ik kan hier nooit aan wennen!' Mijn nieuwe huisbaas kijkt me vragend aan, wachtend op een antwoord op zijn vraag. "Ja, ik wil deze kamer graag gaan huren", zeg ik. 

Een ‘stads’ type?

Zo ging mijn ontgroening, van dorpeling naar stadsmeisje. Geen plat Brabants dialect meer om me heen, maar het strakke ABN. Nooit eerder heb ik zo genoten van het uitzicht van grijze gebouwen en winkels door mijn slaapkamerraam! Terwijl ik dit typ, word ik aangestaard door meerdere flats aan de andere kant van de straat. Ik ben me tegelijkertijd opeens bewust van de hoeveelheid verkeersgeluiden die ik door mijn open raam hoor. Het is me nog niet eerder opgevallen, terwijl ik nu toch echt al een paar weken in Haarlem woon.

En oké, ik heb niet de beste locatie in de stad gekozen voor mijn stulpje. Maar ik ben een student, de opties voor woonruimte zijn schaars en ik haal het maximale uit die acht vierkante meter. Dus ik ben er heel tevreden over, ondanks dat deze woonplek precies het stereotype van ‘de stad’ is dat ik als dorpeling zou omschrijven. Gelukkig zou mijn gezin mij omschrijven als het ‘meest stadse type’ van de familie.

Welkom in de grote stad

Dus, van het dorp naar de stad. Wat nu? Meteen op de fiets naar het winkelcentrum natuurlijk! En wat een revolutionaire beleving is dat voor mij. Vanuit mijn dorp zit ik vijftig minuten in een benauwde bus om naar de H&M te gaan in de dichtstbijzijnde stad. Nu ben ik er in tien minuten, en dat met de wind in mijn haren. Vervolgens ga ik door naar een van de tientallen supermarkten van Haarlem, waarvoor ik bijna een strategisch plan moet maken. In mijn dorp heb ik er maar liefst twee en dat is al bovengemiddeld veel. Mijn kleine buurdorpen hebben er helemaal geen. Je kan je voorstellen dat ik keuzestress had toen ik mijn appels en eieren wilde gaan kopen.

Je kan het meisje uit het dorp halen…

Eieren brengen me weer terug naar het leven in een dorp. Deze kan je daar namelijk vers bij de boer halen. Dat is veel goedkoper dan in de supermarkt. Er zit ook een varkensboer in de buurt. Daar merk ik niks van, behalve wanneer de wind besluit het hele dorp eraan te herinneren. Gelukkig gebeurt zo’n varkensmestgeurbeleving niet zo vaak.

Ondanks dat moet ik bekennen: ik denk dat ik uiteindelijk toch weer in een dorp terechtkom. Maar voorlopig nog niet, want ik waardeer de grote hoeveelheid supermarkten té erg. Deze first time van een klein dorp naar een grote stad heeft veel voor me veranderd. Ik mis het niet wanneer ik in Haarlem ben, maar mijn dorp is voor mij rust, herinneringen en mijn familie. Je kan het meisje uit het dorp halen, maar het dorp niet uit het meisje.

Lees ook: Dayami (24): ‘Waarom zijn we massaal zo bang geworden voor sociale interactie?’