Krijgen slimme mensen echt minder kinderen?
Kijk maar eens om je heen in je eigen vriendinnengroep. Terwijl de een rond haar vijfentwintigste al aan de eerste baby begon, zijn anderen rond hun dertigste nog druk met het afronden van een tweede master, het najagen van die promotie of het ontdekken van de wereld. De kinderwens schuift daardoor vanzelf naar achteren. Decennialang werd er door sociologen en biologen beweerd dat slimmere mensen minder kinderen krijgen, wat soms zelfs leidde tot doemscenario’s waarin de mensheid collectief ‘dommer’ zou worden. Gelukkig blijkt uit recenter en grondiger onderzoek dat het allemaal héél anders zit. Het draait namelijk niet om je IQ, maar om timing, maatschappelijke steun en de keuzes die je als moderne vrouw maakt.
Fouten van onderzoekers
De grootste fout die vroege onderzoekers maakten, noemen wetenschappers inmiddels heel toepasselijk de leeftijdvalkuil. Veel eerdere studies telden het aantal kinderen namelijk wanneer deelnemers halverwege de twintig of begin dertig waren. Logisch dat mensen met hoge testscores op die leeftijd achterlopen: zij zitten simpelweg langer in de collegebanken en steken eerst hun energie in het opbouwen van een goede carrière.
Pas wanneer onderzoekers keken naar mensen die de veertig of vijftig zijn gepasseerd en hun gezinsplanning écht hebben afgerond, bleek dat vermeende verschil opeens heel klein te zijn. Mensen met een hoge intelligentie beginnen gemiddeld gewoon een paar jaar later aan kinderen, maar halen die zogenaamde ‘achterstand’ later vaak grotendeels weer in.

Opvallende verschillen
Toch zien we tussen landen wel een opvallend verschil. In landen zoals Groot-Brittannië en de Verenigde Staten krijgen hoogopgeleide vrouwen inderdaad gemiddeld net iets minder kinderen. Dat heeft bitter weinig te maken met een gebrek aan verlangen naar een gezin, maar alles met de realiteit: het combineren van een veeleisende baan met het moederschap en de tikkende biologische klok blijft enorm lastig om te balanceren.
Kijk je echter naar landen zoals Zweden en Noorwegen, dan gebeurt er iets bijzonders. Daar hebben mensen met hoge testscores juist méér kinderen dan gemiddeld. De reden? Ze hebben daar goed geregeld ouderschapsverlof én betaalbare kinderopvang. En dat zorgt ervoor dat het aantrekkelijker is om kinderen te nemen. Bovendien blijken emotioneel stabiele, intelligente mannen in die landen sneller een langdurige en stabiele relatie op te bouwen, wat de drempel voor een groter gezin aanzienlijk verlaagt. Het draait dus niet alleen om genen, maar ook om het land waar je in woont!
Dít doet ouderschap met je brein
Interessant genoeg keken onderzoekers recent ook naar het omgekeerde effect. Want wat doet het krijgen van kinderen eigenlijk met je brein op de lange termijn? Hoewel elke moeder na gebroken nachten zal zweren dat haar brein in watten is veranderd, laat hersenonderzoek zien dat ouders op latere leeftijd juist snellere reactietijden hebben en hun geheugen scherp blijft. Tja, je moet toch een snel reactievermogen hebben tijdens het opvoeden van je kids. Die mentale multitasking die bij een gezin komt kijken, traint je hersenen schijnbaar voor de rest van je leven. Best handig dus!
De conclusie? Dat slimme vrouwen (of mannen) geen kinderen zouden willen, is een grote, achterhaalde fabel. We wachten simpelweg tot we er klaar voor zijn, de juiste partner hebben gevonden en ons leven een beetje op orde hebben (voor zover dat kan tenminste). Enne, geef ons eens ongelijk!
Lees ook: Kinderen als salaris: dít is waarom momfluencers schadelijk zijn