Charlotte: ‘Ik zou willen dat mijn oma ouder worden niet zo erg vond, maar stiekem herken ik het bij mezelf’
"Nu al schat?", reageert mijn oma als ik haar de titel van deze column laat lezen. Ik word binnenkort 25, maar sinds iemand me vertelde dat dat afgerond gewoon 30 is, schoot ik lichtelijk in de stress. Hoezo bijna dertig? Voor mijn gevoel ben ik gewoon nog een 18-jarige die 'voor haar leeftijd best volwassen' aan de grote-mensen-wereld begint.
Stilzitten staat niet in haar woordenboek
Lotty is geen gewone oma; stilzitten achter de geraniums is niks voor haar. Mocht ze ooit niet meer ter been zijn, dan “trekken we de stekker er maar uit”, aldus Lotty zelf. Ik spiegel me graag aan haar beste kanten: de energie, het creatieve en het sociale heb ik absoluut van haar geërfd. Maar er is nog iets dat we delen: de drang om continu bezig te zijn. Waar ik mezelf als bijna 25-jarige tot haar grote frustratie veel te hard voorbijren – zie ik bij haar de laatste jaren juist de onmacht dat ze simpelweg niet meer álles kan wat ze graag wil doen.
Menig mens zou bij het zien van Lotty denken: waar maak je je in hemelsnaam druk om? Stilzitten staat simpelweg niet in haar woordenboek. Haar idee van ‘niks doen’ is voor de meesten van ons een overvolle dag, en wat zij in een jaar wil proppen, doen anderen niet eens in een heel leven. Regelmatig drukt ze me op het hart dat ik pas later zal begrijpen wat ouder worden echt met je doet. En ik geloof haar, want als ik naar haar kijk, zie ik iemand die nog zó vol in het leven staat dat je haar die 81 jaar in de verste verte niet geeft.
Waarom willen we niet ouder worden?
Toch herken ik die weerstand, die ze zelf recent heeft ontwikkeld, tegen ouder worden stiekem nu al. Ik vind het ontzettend confronterend om te moeten zeggen dat ik bijna 25 word. Veel mensen vinden dat waarschijnlijk overdreven, maar voor mij betekent ouder worden ook dat de mensen van wie ik houd ouder worden — en dat vind ik spannender dan ik wil toegeven. Mijn grootouders en ik hebben niet voor niets de afspraak gemaakt dat ze sowieso op deze aardbol blijven tot ik aan kinderen begin (die beslissing ga ik dus nog heel even héél hard rekken). Net zoals ik het bizar vind om mijn zusje ineens te zien veranderen in een tiener.
Age anxiety
In de psychologie staat de angstige fascinatie met onze eigen leeftijd bekend als age anxiety. Onderzoek toont aan dat dit rond je vijfentwintigste vaak voor het eerst piekt: het punt waarop je je realiseert dat de tijd niet meer alleen vóór je ligt, maar ook door je vingers glipt. We klampen ons vast aan controle. Bij mij uit zich dat in lichte paniek om een getal op de taart; bij mijn oma in de angst om haar autonomie en bruisende identiteit te verliezen. Het is twee kanten van dezelfde medaille, alleen staan we allebei in een ander stadium van ons leven.
Soms zou ik willen dat mijn oma zichzelf door mijn ogen kon zien. Ik had haar ontzettend graag gekend als twintiger — al twijfel ik er niet aan dat ze toen precies dezelfde onverwoestbare energie had. Wanneer ze vertelt over vroeger, luister ik vol bewondering. Het geeft me een inkijkje in de vrouw die ze was vóórdat ze mijn oma werd.
Ouder worden zoals Lotty is zo erg nog niet
Ik zou willen dat mijn oma ouder worden nu niet zo vreselijk vond. Maar ik kan het haar geen seconde kwalijk nemen, want ik doe op mijn vijfentwintigste precies hetzelfde. Als ouder worden echter betekent dat ik me blijf ontwikkelen tot de 2.0-versie van Lotty — tikkeltje eigenwijs, sociaal, creatief en weigerend om stil te zitten — dan valt die ‘bijna dertig’ stiekem best mee.