Direct naar content
COLUMNS

Het leed dat samenwonen heet: hoe kies je in vredesnaam een woonplaats na een langeafstandsrelatie?

Dayami de Groot
Dayami de Groot 4 min. leestijd
Sophie Golbach.

De kogel was door de kerk: we gaan samenwonen! De champagne kon open, proosten op de toekomst en met de gedachte dat het grootste obstakel nu wel voorbij is. Niet zo snel. Leuk dat we willen samenwonen, maar waar gaan we dat in hemelsnaam doen? 

Een woonplaats kiezen als je gaat samenwonen

Goed, we gaan samenwonen. Volgende vraag: hoe kies je een woonplaats als je gaat samenwonen na een langeafstandsrelatie? Als je allebei aan de andere kant van het land bent opgegroeid, heb je niet zomaar even een gezamenlijke achtertuin. Mijn vriend komt uit Breda en ik ben een geboren en getogen Twentse. Twee rasprovincialen met een gigantische liefde voor onze roots. Het enige verschil? Hij verliet Breda nooit. Ik pakte op mijn zeventiende mijn spullen en vertrok voor mijn studie naar de Randstad.

Een moeilijk debat

Terug naar Twente? Nee, dat hoeft voor mij niet. Niet omdat ik het er niet leuk vind – ik ben er dol op – maar na acht jaar in de Randstad was dat boek simpelweg gesloten. Maar wat doe je als je allebei een fantastische baan hebt, gigantisch ver uit elkaar woont en niemand z’n leven zomaar wil opgeven? Je hebt dan eigenlijk twee opties: de één verkast naar de ander of elkaar ergens in het midden tegemoetkomen.

Achter de schermen voerden we urenlange gesprekken. Dit was geen beslissing die over één nacht ijs ging. We droomden hardop over een gezamenlijke start in Amsterdam, speurden Funda af in Breda en gooiden zelfs Utrecht in de groep. We proberen wat voor- en nadelen op een rijtje te zetten, om zo te kijken wat voor ons de beste keuze was.

De knoop doorhakken

Uiteindelijk hakten we de knoop niet door op basis van emotie, maar door een flinke dosis praktische logica. Mijn ouders wonen namelijk sowieso al ver weg, dus of ik nu een uur of anderhalf uur moet rijden voor een kopje koffie in Twente, maakt mij niet zo heel veel uit. Ook moet ik toegeven dat mijn vriend vanaf dag één glashelder is geweest: hij wil uiteindelijk settelen in Breda. Hij wilde best een paar jaar ergens anders wonen, maar het eindstation stond vast. Dan was er nog de tussenstop van een paar jaar in bijvoorbeeld Utrecht. Fantastische stad, begrijp me niet verkeerd, maar wéér ergens helemaal opnieuw beginnen met de gedachte dat het allemaal tijdelijk is? Nee, dankje. Ik was toe aan vastigheid.

Een verrassend besluit

Die vastigheid vond ik verrassend genoeg juist in het Zuiden. Na zes jaar heb ik in Breda namelijk óók een leven opgebouwd. Mijn schoonfamilie woont er, onze beste vrienden wonen er (die overigens niet kunnen wachten tot ik eindelijk het Zuiden kom versterken) en het voelde vertrouwd. Wat in eerste instantie een onmogelijke spagaat leek, bleek ineens de meest logische stap ooit. Breda it is!

Of ik gek ben geworden?

Natuurlijk krijg ik nu van iedereen de vraag of ik helemaal gek ben geworden. Want ja: mijn werk zit nog steeds in de Randstad. Mijn reistijd wordt aanzienlijk langer. En nee, ik ga die fantastische baan voorlopig echt niet opgeven. Ik denk dat het voor iedereen belangrijk is om dicht bij zichzelf te blijven en te doen waar je zelf gelukkig van wordt. Sommige keuzes zijn in eerste instantie niet logisch, of maken sommige situaties ietsjes moeilijker.

Het kan me heel eerlijk gezegd ook niks schelen. Ik reis liever wat langer op en neer naar een baan waar ik dol op ben, om ‘s avonds lekker bij mijn vriend op de bank te ploffen. Zeker omdat hij – als voordeel van mijn langere reistijd – het eten al klaar heeft staan als ik thuiskom. Ik heb hem lang genoeg moeten missen. Dat reizen overleef ik wel.

Volgende week in ‘Het leed dat samenwonen heet’: de Funda-gekte, onrealistische eisenlijstjes en hoe je overleeft als je droomhuis toch net iets boven budget blijkt te zijn…

Lees ook: Het leed dat samenwonen heet: ‘Hoe weet je in hemelsnaam of je er klaar voor bent?’