Charlotte (24): ‘Mijn eerste keer trippen was tijdens een eicelpunctie’
Stampend op de dansvloer vroegen een paar fanatieke festivalgangers bij Awakenings me laatst of ik eigenlijk ooit drugs had gebruikt. Met een strak gezicht zei ik ‘nee’. Pas toen ik die nacht in bed lag, met het bekende technosuisje nog in mijn oren, besefte ik dat dat toch niet helemaal klopte. Toen ik na mijn kankerdiagnose mijn eicellen liet invriezen voor de chemokuren begonnen, was ik tijdens de punctie namelijk zó hard aan het trippen op de ziekenhuismedicatie dat het absoluut telt als mijn allereerste ervaring.
Geen goed voorteken
Tastend in het duister graai ik op de rand van de ziekenhuiswasbak naar mijn telefoon. In het hele gebouw is net de stroom uitgevallen. Achteraf bleek het slechts een routinecheck voor de noodgeneratoren, maar op dat moment voelt het voor mij als een overduidelijk, slecht voorteken. Is dit het universum dat me probeert te vertellen dat ik die eicelpunctie over een halfuur moet afzeggen? Wanneer het licht na een paar minuten weer aanspringt, mag ik door naar de behandelkamer. In het omkleedhokje ruil ik mijn eigen kleren in voor een papieren operatiejurk en een haarnetje. Ik kijk mezelf aan in de spiegel en de paniek slaat licht toe: ga ik dit écht doen? En waar komt die enorme twijfel ineens vandaan?
Tijd voor je allereerste trip
Als er eenmaal geen weg meer terug is en ik vastlig aan de apparatuur — met infuuszakjes die boven mijn hoofd bengelen — daalt er wonder boven wonder een vreemde rust over me neer. Het gaat nu gebeuren, en het komt goed. Daar lig ik dan op de operatietafel, starend naar het strakke plafond, omringd door een stuk of vijf artsen.
Dan stapt er een andere dokter de kamer binnen met een geruststellende glimlach. “Ik heb iets fijns voor je”, zegt hij, terwijl hij met een dramatisch gebaar een enorme spuit achter zijn rug vandaan tovert. Oké, waarschijnlijk viel het formaat in werkelijkheid wel mee, maar op dat moment leek-ie reusachtig. Mijn maag draait even om bij het zien van die naald. “Heb je weleens drugs gebruikt?” vraagt hij met een nieuwsgierige blik. “Nee, nooit”, antwoord ik. Hij grijnst: “Cool, dan zijn we nu met z’n allen getuige van jouw allereerste trip.” Ik lach de laatste zenuwen weg en geef me over aan wat komen gaat.
Waarom zijn die lijnen ineens niet meer recht?
Na een paar minuten sluit ik mijn ogen, wachtend op het moment dat ze gaan beginnen. Maar wanneer ik bedenk dat ik dit proces eigenlijk met eigen ogen wil meemaken, sper ik ze snel weer open — en op dat exacte moment begint de wereld om me heen te draaien.
De strakke, kille stroken op het ziekenhuisplafond lijken ineens te dansen door de kamer en de stemmen van de artsen klinken alsof ze door een dikke laag watten van heel ver komen. “Gaat het een beetje?” vraagt een van de dokters die aan het bed staat. “Prima”, hoor ik mezelf zeggen. En dat is geen leugen: ik voel helemáál niets en mijn hoofd is voor het eerst in tijden compleet leeg. Ik kan een giechel niet onderdrukken bij het idee alleen al. “Zo te zien doet het z’n werk”, concludeert de arts met een glimlach aan de rand van mijn bed.
Wie ligt daar op de operatietafel?
Tijdens de rest van de ingreep worden me nog wat vragen gesteld, maar of ik daar hardop antwoord op geef? Geen idee. Mijn lippen voelen zwaar aan en mijn eigen stem klinkt hol, alsof het van ver komt. Het voelt oprecht alsof ik boven de operatietafel zweef en vanaf een afstandje gefascineerd toekijk naar wat die dokters precies bij de patiënt aan het doen zijn. Zonder dat er ook maar één seconde bij me opkomt dat ik zélf die patiënt ben.
Wanneer ik na afloop mijn moeder vertel hoe het is gegaan, kan ik het dan ook niet anders omschrijven dan als een ‘unieke ervaring, maar wel best gezellig’.