De basisbeurs zorgt ervoor dat minder studenten lenen
Sinds 2023 krijgen studenten weer een basisbeurs. En dat lijkt wel degelijk invloed te hebben op het aantal studenten dat daarnaast geld leent. Uit onderzoek van het Nibud blijkt dat in 2026 ongeveer 15 procent van de studenten een DUO-lening heeft. Twee jaar eerder was dat nog 22 procent.
Dat is dus een behoorlijk verschil. Toch zit er een opvallende kanttekening aan dat goede nieuws. Want studenten die nog steeds besluiten om geld te lenen, lenen gemiddeld juist een stuk meer dan voorheen.
In 2024 ging het gemiddeld om €553 per maand. Inmiddels is dat bedrag gestegen naar €634. Dat klinkt misschien als een verschil van een paar tientjes, maar op jaarbasis tikt het natuurlijk wel aan. Wie iedere maand dat gemiddelde bedrag leent, voegt in twaalf maanden ruim €7.600 toe aan zijn of haar studieschuld.
Minder mensen met een studieschuld, maar wel hogere bedragen
Ook het totale aantal Nederlanders met een studieschuld daalt inmiddels. Begin 2025 hadden bijna 1,6 miljoen mensen nog een bedrag bij DUO openstaan. Begin 2023 waren dat er nog bijna 1,65 miljoen.
Maar hier wordt het toch een beetje gek. Terwijl de groep kleiner wordt, wordt het gemiddelde bedrag dat mensen moeten terugbetalen juist hoger. Begin 2025 bedroeg de gemiddelde studieschuld €18.200. Een jaar daarvoor was dat €17.700 en begin 2023 lag het gemiddelde op €17.000. Sinds de invoering van het leenstelsel in 2015 is de gemiddelde studieschuld daarmee met €5.800 toegenomen.
En er zijn ook steeds meer mensen met een behoorlijk forse studieschuld. Begin 2025 hadden zo’n 146.000 Nederlanders minimaal €50.000 bij DUO openstaan. Bij ruim 3.000 mensen stond er zelfs meer dan €100.000 geregistreerd. En die cijfers liegen er natuurlijk niet om…

Ouders springen minder vaak bij
Maar waarom lenen studenten die het nodig hebben dan steeds grotere bedragen? Daar speelt natuurlijk meer mee dan alleen de hoogte van de basisbeurs.
Uit het Nibud-onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat ouders minder vaak financieel bijdragen aan de studie en het studentenleven van hun kind. In 2021 kreeg nog 68 procent van de studenten geld van hun ouders. Inmiddels is dat nog 52 procent.
Ook het bedrag dat ouders gemiddeld bijdragen, is gedaald. Waar studenten in 2021 gemiddeld €240 per maand kregen, is dat inmiddels €196. Tegelijkertijd zijn de kosten van het dagelijks leven natuurlijk niet bepaald stil blijven staan.
Werken maar
Studenten proberen het verschil daarom deels zelf op te vangen. Ze zijn gemiddeld meer gaan werken en verdienen daarmee inmiddels ongeveer €654 per maand. Twee jaar eerder was dat nog €560.
Toch is extra werken niet voor iedereen dé oplossing. Zeker uitwonende studenten hebben behoorlijk wat vaste kosten. Huur, boodschappen, collegegeld, zorgverzekering en vervolgens ook nog een beetje geld overhouden voor een sociaal leven: het loopt allemaal snel op.
De terugkeer van de basisbeurs betekent dus wel dat minder studenten afhankelijk zijn van DUO. Dat is duidelijk zichtbaar in de cijfers. Maar voor studenten die maandelijks alsnog moeten bijlenen, blijft de financiële druk behoorlijk groot. En die ontwikkeling is niet onbelangrijk: minder studenten lenen, maar degenen die lenen, zetten gemiddeld steeds grotere bedragen op hun naam.
Lees ook: Gat in hun hand: déze sterrenbeelden geven veel te veel geld uit