Mannen krijgen 2,5 keer vaker een verhoging
Voor het onderzoek ondervroeg CNV 2.600 werkenden over onder andere salaris en loonsverhogingen. De resultaten zijn best opvallend en eigenlijk ook een beetje teleurstellend. Mannelijke werknemers die goede beoordelingen krijgen, zouden 2,5 keer vaker een loonsverhoging krijgen dan vrouwelijke werknemers die óók goede beoordelingen krijgen. Daarnaast kreeg ook nog eens 13 procent van de mannen het afgelopen jaar spontaan een extra loonsverhoging, tegenover slechts 7 procent van de vrouwen. Dat bewijst maar weer dat het een flink verschil is. Blijkbaar is goed functioneren niet altijd de reden om het salaris te laten stijgen… voor vrouwen tenminste.
Vragen vrouwen er minder om?
Vaak wordt dat argument gebruikt als het gaat over de loonkloof. Vrouwen zouden minder snel om opslag vragen of minder goed onderhandelen over hun loon. Toch steekt het iets anders in elkaar. Ook wanneer vrouwen zélf de stap zetten, blijken ze minder vaak succes te hebben.
Van de mannen die in het onderzoek om loonsverhoging vroegen, kreeg 44 procent die ook daadwerkelijk. Bij vrouwen was dat slechts 32 procent. Zelfs als je dus de moed bij elkaar raapt en een gesprek inplant met je leidinggevende én met goede argumenten komt, lijkt het voor vrouwen minder vaak uit te pakken tot een succes.
Tijd om te stoppen met ‘vrouwen moeten assertiever zijn’
CNV-voorzitter Piet Fortuin noemt de resultaten opvallend en vindt het onterecht dat de verantwoordelijkheid voor de loonkloof vaak bij vrouwen wordt gelegd. Volgens CNV laat het onderzoek juist zien dat er ook gekeken moet worden naar hoe werkgevers beslissingen over salaris en verhogingen maken.
Dat is wat ons betreft dan ook wel een van de interessantste onderdelen van het onderzoek. Als twee mensen goed functioneren, maar de één vaker een salarisverhoging krijgt, draait het niet meer om wie erom vraagt. Het draait om wie er onder aan de streep wordt beloond – en ja, dat zijn altijd de vrouwen.
Meer openheid over salaris
Een mogelijke oplossing die CNV noemt, is meer transparantie over salarissen. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat 55 procent van de ondervraagden niet weet wat zijn of haar collega’s verdienen. Ook vindt 67 procent dat er meer openheid over lonen zou moeten zijn.
Daar herkennen wij ons in ieder geval ook in. Je weet ongeveer wat je collega’s doen, je weet wat de functies zijn, maar je weet niet precies wat zij daarvoor iedere maand op hun rekening gestort krijgen. Daar wordt over het algemeen nog steeds niet zo makkelijk over gepraat. Dat maakt het ook lastig om dit soort verschillen boven tafel te krijgen en aan te pakken.
Tijd voor verandering
Het onderzoek bewijst natuurlijk niet dat iedere man automatisch meer verdient of dat iedere vrouw wordt benadeeld. Wel laat het ons zien hoe vaak mannen en vrouwen een loonsverhoging ontvangen (nadat zij daar om vragen).
Wat ons betreft is het tijd om salaris minder te zien als een geheim onderwerp. Hoe meer inzicht we hebben in wat gebruikelijk en eerlijk is, hoe makkelijker het wordt om te onderbouwen waarom jij vindt dat je meer zou moeten verdienen. Zo sta je sterker in je schoenen en lukt het misschien – eindelijk – wel om deze ouderwetse patronen te doorbreken.
Lees ook: Krijgen slimme mensen echt minder kinderen? Het antwoord is ingewikkelder dan je denkt